Dalton
Daltononderwijs
Daltononderwijs, genoemd naar de Amerikaanse plaats Dalton, is ontwikkeld door Helen Parkhurst. Zij was een leerling van Maria Montessori en wilde een balans vinden tussen de ontwikkeling van de talenten van kinderen en de eisen die de maatschappij stelt. Wat wij nu kennen onder de naam “Daltononderwijs” is in verschillende Amerikaanse steden ontwikkeld. Oorspronkelijk had het de namen “The Children’s University School” en “The Dalton Laboratory Plan” om in 1920 als school in New York de definitieve naam “The Dalton School” te krijgen. In de Verenigde Staten is het Daltononderwijs niet aangeslagen, wel daarbuiten. “The Dalton School” in New York blijft zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke ideeën van Parkhurst.
Belangrijkste verschil met het tot dan toe gebruikelijke onderwijs was dat Parkhurst klaslokalen anders inrichtte. Leerlingen met verschillende talenten konden er aan verschillende taken werken.
De Daltonschool ontstond in een periode, die gekenmerkt werd door onderwijsvernieuwingen in verschillende landen. Steeds meer werd in twijfel getrokken of de methode van drillen en uit het hoofd leren wel de juiste manier van leren was. De natuurlijke nieuwsgierigheid van leerlingen om kennis op te doen werd onderdrukt en de onderwijsvernieuwers benadrukten het bezig zijn van leerlingen als totale persoon met activiteiten, zoals die ook in de maatschappij van alledag plaats vinden.
Helen Parkhurst gaf de Daltonschool twee pijlers:
- Vrijheid
Zelf het tijdstip kiezen waarop en het tempo waarin aan een onderwerp wordt gewerkt. - Samenwerking
Het sociale karakter van leren krijgt extra aandacht, zodat leerlingen van elkaar kunnen leren, ook bij hun individuele taken. Leerkracht en leerling werken met elkaar samen, waarmee de traditionele rol van de leerkracht en de autoritaire verhouding wordt doorbroken.
In het Daltononderwijs van het begin van de eenentwintigste eeuw zijn de uitgangspunten in Nederland en Duitsland:
- Vrijheid in gebondenheid
Door vrijheid kunnen eigen keuzes worden gemaakt voor de taken die gedaan moeten worden. Dit betekent niet dat een leerling kan doen waar het zin in heeft. Vrijheid gaat samen met verantwoordelijkheid dragen en zich gedisciplineerd gedragen. Leerlingen léren de vrijheid te hanteren. - Samenwerking
In het leven na de school is samenwerken met anderen essentieel. Van jongs af leren leerlingen van verschillende leeftijden samen te werken in groepjes om opdrachten uit te voeren. - Zelfstandigheid
Zelfstandig handelen is nodig om de eigen keuzes te kunnen maken binnen de vrijheid die wordt geboden. De leerlingen worden door de leerkracht begeleid om die zelfstandigheid te leren hanteren.