Geschiedenis van de RVKO

Op woensdag 2 juli 1873 vond de oprichtingsvergadering van de RVKO plaats. Onder leiding van de eerste voorzitter van de vereniging, de heer J.W. Thompson werd besloten om particuliere jongensscholen te stichten. Er waren toen al door zusters geleide meisjesscholen en parochiescholen voor de 'mingegoede jeugd.

Op 1 mei 1874 werd aan de Kipstraat de eerste RVKO-school geopend, later St. Laurentius genoemd. Daarna werden er aan de Schiedamsche Singel en aan de Zuidblaak reeds bestaande scholen overgenomen. Het bestuur, dat afhankelijk was van de opbrengsten van het schoolgeld en bijdragen van leden en giften, volgde met het stichten van scholen de uitbreiding van de stad Rotterdam.

In 1890 werden er scholen gesticht in Crooswijk en in Feijenoord. Naast kleuterscholen en jongensscholen werden langzamerhand ook meisjesscholen toegevoegd aan het scholenbestand. Vanaf het eerste begin was er een opleidingsschool (Vormschool) en ook (M)ULO-scholen waren tot 1995 vast onderdeel van het RVKO-onderwijsaanbod.

Veranderingen in de onderwijswetgeving en de huisvestingsregels zorgden in de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw voor grote veranderingen. De kleuterscholen fuseerden met de lagere scholen en vormden daarmee de nieuwe basisscholen.

De Mammoetwet veranderde het voortgezet onderwijs, zodat de Mavo's onderdeel werden van een bredere leerweg en werden overgedragen aan het bestuur van de LMC in 1999. De Pabo, die inmiddels tot het Hoger Beroeps Onderwijs behoorde, werd onderdeel van de Leidse Hogeschool.

Een aantal besturen in Rotterdam en de randgemeenten droegen hun scholen over aan de RVKO en ook het bestuur van de St. Martinusstichting besloot om haar scholen voor speciaal onderwijs onder te brengen bij de RVKO. In deze tijd stichtte de RVKO in diverse nieuwbouwwijken van Rotterdam en in Spijkenisse nog nieuwe scholen.



Ontwerp | HFCM onderwijs Realisatie | web2work