speciaal basisonderwijs

In 2016 heeft Nederland 285 scholen voor speciaal basisonderwijs (SBO), met 33.000 leerlingen. Deze vorm van onderwijs valt onder de Wet op het Primair Onderwijs.

Het SBO richt zich op leerlingen die vanwege leer-, gedrags- en/of opvoedingsproblemen in het reguliere basisonderwijs niet adequaat  kunnen worden opgevangen. Er kunnen meerdere hulpvragen tegelijkertijd spelen:  ADHD, PDD-NOS, dyslexie, dyscalculie, autisme, lage intelligentie of een chronische ziekte. Eén op de 36 kinderen in Nederland valt binnen deze doelgroep.

Het SBO is expert in passende onderwijszorg en onderscheidt zich hierin van het reguliere basisonderwijs. Voor iedere leerling wordt een onderwijstraject samengesteld op maat, zodat deze zich maximaal kan ontwikkelen.

Het reguliere basisonderwijs kan leerlingen, nadat zij door de Permanente Commissie Leerlingenzorg van het Samenwerkingsverband zijn geïndiceerd, in overleg met de ouders doorverwijzen naar een school voor speciaal basisonderwijs.

De streefdoelen in het SBO zijn gelijk aan die van het reguliere basisonderwijs; waar mogelijk kunnen leerlingen na de speciale basisschool doorstromen naar het regulier voortgezet onderwijs.

In het SBO zijn de groepen klein (maximaal 15 leerlingen), dus met veel persoonlijke aandacht voor de leerlingen. De onderwijsstructuur (dagindeling, methodes, enzovoort) is aangepast aan de behoefte van de individuele leerling. Daarnaast is er vaak  extra begeleiding, zodat het kind zich optimaal kan ontwikkelen.

De SBO-leerkrachten beschikken over specifieke kennis en ervaring. Ze hebben een scherp oog voor de hulpvraag en onderwijsbehoeften van de leerlingen. Ook werken ze nauw samen met de bij de school betrokken ondersteuners zoals logopedisten, maatschappelijk werkers, orthopedagogen, enzovoort.

In de samenwerking met de ouders zet het SBO nadrukkelijk in op het delen van de onderwijszorg en het samenwerken aan oplossingen.

Ontwerp | HFCM onderwijs Realisatie | web2work