Inclusief onderwijs op De Provenier
Inclusief onderwijs op De Provenier
‘Ik durf nu weer aan de toekomst te denken’
Inclusief onderwijs staat volop in de aandacht, in de maatschappij en op de scholen. In het juni-nummer van de Koerier vertelde de ontwikkelgroep Inclusiever onderwijs al over de aanpak binnen de RVKO en kwam een aantal scholen kort aan het woord over best practices. Ook de IB/directie-dag van 7 oktober stond in het teken van inclusief onderwijs. De Engelse professor Mel Ainscow noemde het een zoektocht, een proces van kleine stapjes. En dat is precies hoe ze het op De Provenier in de praktijk aanpakken.
Op De Provenier in Rotterdam-Centrum zijn ze alweer even bezig met die tocht, vertelt directeur Daniëlle Blok: ‘Een jaar of zes geleden meldden Mats en zijn ouders zich bij ons, voor een plekje in groep 2. Mats is autistisch en hoogbegaafd en het ging niet goed met hem op zijn toenmalige school. Zijn ouders waren op zoek naar een school die meer naar zijn mogelijkheden keek, dan naar beperkingen. We hebben daar intern uitgebreid over gesproken en gezegd: ‘Mats is hier welkom zoals hij is: we gaan met elkaar kijken hoe we ook voor hem een plek maken in onze school’. Inmiddels zit Mats in groep 8 en gaat hij volgend jaar naar het voortgezet onderwijs.’
Mats: ‘Ik kwam eerst bij de kleuters, daar was ik niet altijd blij: ik kon toen nog niet zo goed vertellen hoe ik me voelde. Als ik me niet goed voelde, kon ik even op de speelzolder in de klas gaan zitten, dat was jn. Toen ik naar groep 3 ging, kreeg ik heel veel stress, bijvoorbeeld omdat het lezen of rekenen niet ging. Mijn rekenhersens gingen dan uit en ik wist niets meer. Ik werd dan druk en wilde gaan rondlopen. In die tijd kwam juf Natas.’
Natasja Hoogerheide is een IB’er van de Vliegende Brigade en al jaren de vaste begeleider van Mats: ‘Ik ben met Mats buiten de klas gaan werken aan zijn stress, dat leverde meer rust op in zijn hoofd – en in de klas. Mats leerde steeds beter omgaan met zijn stress en ook hoe we zijn stress konden verminderen. We ontdekten hoe hij aan anderen kan uitleggen wat hem kan helpen in stressvolle situaties en dat hielp enorm. In groep 6 en 7 heeft hij zelfs een presentatie aan de groep gegeven waarin hij uitlegde hoe hij in elkaar zit en waarom hij soms de dingen doet die hij doet.’
Martine Meijers, de moeder van Mats: ‘In groep 5 zat Mats nog veel buiten de klas, bij juf Natasja. Vanaf groep 6 nam hij meer deel aan de reguliere lessen. Dat gaat steeds beter; hij heeft zelfs laatst een boekbespreking voor de groep gegeven en dat ging heel erg goed.’
Natasja: ‘Natuurlijk waren er de afgelopen jaren ups en downs, maar de stress die hij vroeger ervoer, is echt heel veel minder geworden. Het is echt een proces van kleine stapjes, uitproberen en doorzetten. Mats heeft zichzelf steeds beter leren kennen, waardoor hij ook ruimte in z’n hoofd kreeg om rekening te houden met anderen en met de regels in de klas.’

100% commitment
Daniëlle: ‘We hebben elk jaar opnieuw gekeken naar wat Mats op dat moment nodig had en of we dat konden bieden. Het commitment dat je als school hebt afgegeven, betekent dat je hier als directie voor de volle 100% achter blijft staan. Je moet dus ook steeds het gesprek aangaan met ouders en collega’s, mensen motiveren, wegen zoeken en niet opgeven. Want het gaat niet altijd van een leien dakje.’
Bastiaan Vording is de groepsleerkracht van Mats: ‘Ik kwam in groep 5 tijdelijk en vanaf groep 6 permanent langszij als de leerkracht van Mats. In het begin was hij soms best luidruchtig en nadrukkelijk aanwezig in de groep, maar tegenwoordig hoor je hem nauwelijks, hij is onderdeel van het geheel. Ik zie elk kind gewoon als kind, dat recht heeft op goed onderwijs en zo ben ik ook vanaf dag één met Mats omgegaan. We bleken een goede klik te hebben en kunnen veel dingen vaak met een beetje humor oplossen.’
Mats: ‘Het gaat echt steeds beter en ik durf nu ook meer aan de toekomst te denken. Eerst praatte ik veel over vervelende dingen van vroeger, maar nu denk ik daar niet meer aan. Ik wil na groep 8 gewoon naar een goede, leuke school.’
Martine: ‘De basis voor dit succes was vooral het vertrouwen dat wij gaandeweg kregen, dat het geen gunst was dat Mats hier op school zat. Dit is net zozeer de school van Mats als van elk ander kind.’ ‘Dat klopt’, beaamt Natasja, ‘We zijn samen op pad gegaan om dat vertrouwen te scheppen en een manier te vinden om Mats goed onderwijs te geven. Dat betekent dat je altijd eerlijk moet zijn, ook als het tegenzit. En als je iets niet weet of niet kunt, moet je ook kunnen zeggen: ‘We weten het even niet’.’ ‘Het is inderdaad heel belangrijk dat je daar eerlijk over bent’, aldus Martine. ‘Want dan kun je gaan kijken wat er dan wél kan en wat er wel in het belang van het kind is. Het betekent ook dat je altijd open met elkaar moet communiceren en elkaar moet informeren hoe dingen gaan.’
Bastiaan: ‘Ik kijk vooral naar het kind en zorg voor rust en structuur. Ik vind het erg belangrijk dat alle kinderen het gewoon jn hebben op school. Als ze lekker in hun vel zitten, komt dat leren vanzelf wel, daar maak ik me nooit veel zorgen over. En dat hebben we ook bij Mats gezien. Hij mag gewoon zijn wie hij is, hij krijgt steeds meer zelfkennis en ontwikkelt daarmee zelfvertrouwen. En dan komt hij ook tot leren.’
Geen strijd aangaan
Martine: ‘Wat ook heel goed is, is dat Bastiaan volstrekt niet de strijd met Mats aangaat. Kinderen onderwijs geven is geen wedstrijd, zijzelf bepalen de snelheid. Je moet bij deze kinderen niet sturen op resultaten op de korte termijn. Het gaat mij er veel meer om dat hij zich op z’n 30ste staande kan houden in het leven, niet of hij nú voldoet aan de rekennorm. Want als je nu iets stuk maakt in het zelfvertrouwen van een kind, maak je iets kapot dat niet eenvoudig te repareren is. Hou ze binnenboord en zorg dat ze niet boos worden op de wereld!’
Onderwijsdoelen
Natasja: ‘Het is inderdaad het beste om een kind binnen het onderwijssysteem te houden, maar er is wel een spanningsveld tussen wat er moet en wat er kan. De Onderwijsinspectie houdt alle scholen in principe aan de leer- en kwaliteitsdoelen, je wordt afgerekend op de doorstroomtoets en je moet de normen halen: het is allemaal nogal een rat race. Maar als school kun je per kind best anders omgaan met de onderwijsdoelen. Mijn ervaring is dat er, zolang je aan de Inspectie kunt uitleggen waarom je doet wat je doet, veel kan. Daarbij kan een consequent bijgehouden leerlingvolgsysteem enorm helpen.’

Wat heb je als school nodig om dit voor elkaar te krijgen?
Bastiaan: ‘Je hebt in de eerste plaats leerkrachten nodig die naar het kind kijken, en niet alleen naar de doelen die aan het eind van het jaar moeten zijn gehaald. Als leerkracht heb je geduld nodig en acceptatie: ‘Het kind is zoals het is en dat is goed’. En als dingen niet goed gaan, moet je het in eerste instantie bij jezelf zoeken, niet bij het kind: ‘Waarom lukt het me niet dit voor elkaar te krijgen?’. Daarnaast is de hulp van een betrokken IB’er essentieel en uiteraard open communicatie met de ouders. Ook als het een keer niet lukt.'
Martine: ‘Wat kan helpen, is dat de leerkrachten onderling open zijn over wat er goed en minder goed gaat. Niemand is perfect, niet iedereen kan alles, daar hoef je je helemaal niet voor te schamen. Als je daar in je team over praat, kun je misschien hulp krijgen van een collega die daar wel goed in is. Je bent als school immers een lerende organisatie, dus vragen stellen en fouten maken mag.’
Daniëlle: ‘Het is een proces van kleine stapjes, van vallen en opstaan, ook voor ons. Je wilt het beste voor het kind, maar het moet wel kunnen. Dat geldt niet alleen voor het team, maar ook voor medeleerlingen. Zij moeten zich kunnen verplaatsen in een leerling die anders wordt behandeld dan zij, terwijl onze boodschap tegelijkertijd is ‘Iedereen is gelijk’. Soms is dat lastig en daar hebben we kinderen dan ook soms wel op aan moeten spreken.’
Martine: ‘De school mag ook best iets van ouders vragen. Zij moeten bereid zijn tijd en energie te steken in het onderwijs van hun kind, en een open gesprek te voeren, ook als er dingen lastig zijn. Uiteindelijk wil je er samen uitkomen en dat lukt niet als je alles als falen van de school wegzet. Het is belangrijk om continu in gesprek te blijven, niet alleen als er problemen zijn. Dus deel het als je zorgen hebt, maar ook wanneer het goed gaat, geef complimentjes, wees blij met wat er is! Want het is gewoon hartstikke leuk om dit samen voor een kind te doen en tot een succesverhaal te maken. En dat lijkt op deze manier met Mats goed te lukken.’

.png)






.jpeg)




%20(1).jpg)



.png)


.png)





.png)









.png)














.1.jpg)

.png)


.png)

.png)

































.avif)


