Brede identiteit in de schoolpraktijk

29/10/2026

Hoe verweven RVKO-scholen ‘brede identiteit’ in hun vakken? Hebben ze hiervoor speciale lessen, workshops of ander aanbod? En hoe helpen ze de kinderen te ontdekken wie ze zijn, waarin ze uitblinken, en zelfstandig en verantwoordelijk in het leven te staan? We maakten een ronde langs verschillende scholen.

Burgerschap

Hoe ziet burgerschapsonderwijs er op jouw school uit?

Marijke Verhagen, directeur Willibrordschool (Rotterdam Centrum): ‘Wij gebruiken de methode ‘De Vreedzame school’. Via onder meer de leerlingenraad, de stem van de leerling en door samen conflicten proberen op te lossen, werken we aan democratisch burgerschap en oefenen de kinderen binnen de school – hun mini-maatschappij – burgerschapsvaardigheden.’

Marijke: ‘Daarnaast hebben we ook gastlessen door Halt of de politie, en is er een samenwerking met het Maaspodium.’

Iris Kamerman-van der Zwet, stamgroepleider 6, 7 en 8, Dr. Schaepmanschool (Barendrecht): ‘In de dagelijkse kringgesprekken behandelen we onder meer het nieuws. We kijken vaak naar het Jeugdjournaal en bijvoorbeeld rondom Prinsjesdag besteden we aandacht aan die dag, aan de begroting, aan politiek. Daarnaast heeft onze Kinderraad een belangrijke functie in het leren over democratie, zeggenschap, meerderheid, verkiezingen, vertegenwoordiging, enzovoort.’

Ilse Kaak, adjunct-directeur De Grote Reis (Rhoon): ‘Sinds een jaar of vijf beschouwen wij de school als een mini-samenleving: een grote familie waarin we burgerschap dagelijks in de praktijk brengen en oefenen. Zo leiden we sommige kinderen op tot mediator: ze bemiddelen als er tussen kinderen onderling of met leerkrachten iets schuurt. Voor echte ruzies nemen de leerkrachten het natuurlijk over. Maar we leren de kinderen ook om zaken binnen de school te ‘runnen’: onze achtste-groepers zijn bijvoorbeeld verantwoordelijk voor de bibliotheek.’

Stefan van der Worm, directeur De Grote Reis (Rhoon): ‘We zoeken ook de link met ‘buiten’. Zo hebben de kinderen onlangs een kledingbeurs georganiseerd. Dat was het resultaat van gesprekken over duurzaamheid en armoede.’

Persoonsvorming

Hoe draagt de school bij aan de persoonsvorming van de kinderen?

Iris: ‘Eigenlijk is daar elke dag aandacht voor tijdens het kringgesprek, een vast onderdeel binnen het Jenaplanonderwijs. Daar bespreken we actualiteiten uit het nieuws of uit iemands leven. Dan komen er verschillende meningen naar voren. Soms ontstaat een discussie en dat leidt altijd tot meer inzicht, over de wereld en over jouw plek daarin. Samen het leven leren! Binnen onze school loop je als stamgroepleider drie jaar mee met de kinderen. Ik maak kennis met ze in groep 6 en ze verlaten me als wijzere kinderen in groep 8.’

Stefan: ‘Binnen ons Daltononderwijs leren we kinderen zelfstandigheid, omgaan met vrijheid, reflecteren en samenwerken. Dat betekent bijvoorbeeld ook dat ze zelf bepalen of ze voor iets uitleg nodig hebben. En dus ook dat ze soms hun neus stoten, fouten maken en ontdekkingen doen. Dat vormt een kind in hoe het zaken aanpakt en in het leven staat. Verder bieden we onszelf als school, als leerkracht en ook de kinderen ruimte om steeds maar weer de vraag te blijven stellen: ‘Wie zijn wij, wie ben ik?’. Want onze school verandert, de wereld verandert en een kind verandert in de loop der jaren ook.’

Ilse: ‘We hebben ‘vertraagde weken’, waarin de aandacht voor de verplichte vakken even wat minder is en we veel tijd besteden aan andere talenten van kinderen: theater, muziek, inspiratie opdoen in musea. Deze activiteiten staan enorm onder druk omdat De Grote Reis niet in Rotterdam is gevestigd en wij dus ‘ver’ van de culturele instellingen zitten. Wij lopen op dit vlak echt flinke subsidies mis.’

Marijke: ‘Onze school maakt gebruik van het cultuuraanbod om ons heen en via de lessen van het Maaspodium ontdekken de kinderen hun talenten, bijvoorbeeld dat ze heel goed kunnen zingen of een toneelstuk schrijven. Tijdens die lessen en het maken van de theatervoorstellingen worden de zeer verschillende achtergronden van de leerlingen altijd op een vanzelfsprekende manier verwerkt. Dat verbreedt hun blik.’

Gevoelige onderwerpen

Hoe gaat je school om met inclusie, burgerschap, het bespreekbaar maken van geloof, seksuele geaardheid en dat soort zaken?

Stefan: ‘Binnen onze school is alles bespreekbaar, de kinderen kunnen elk onderwerp aansnijden. De Lentekriebellessen hebben bij ons een vaste plek en alle kinderen moeten die volgen. Natuurlijk hebben wij ook ouders die niet willen dat hun kinderen het s-woord horen, niet willen vertellen dat een meisje ongesteld wordt of dat genderzaken aan de orde komen. Daarover hebben we tijdens ouderavonden soms best felle discussies. De middenweg is dat we ouders laten weten wanneer we welk onderwerp bespreken zodat ze vooraf thuis kunnen vertellen hoe zij als ouder naar dit soort zaken kijken.’

Iris: ‘Lentekriebels is ook echt een week waarin de identiteit van het kind ruimschoots aan bod komt: wat zijn hun grenzen, wat vinden ze fijn, wat voelen ze? Daar komen ook zaken als gender en hetero- en homoseksualiteit aan de orde. Zo’n vraag of onderwerp kan overigens ook in de kringgesprekken oppoppen en dan stellen de kinderen er elkaar vragen over, geven open antwoord en tonen respect.’

Ilse: ‘Wij vieren Paarse vrijdag heel bewust. We willen de kinderen laten zien dat ‘Wij van de Grote Reis’ accepteren wie je bent. Op school hebben we gezinnen met diverse oudervormen. En dat kán bij ons: iedereen mag hier zichzelf zijn.’

Brugfunctionaris

Veel scholen hebben een brugfunctionaris, is dat bij jouw school ook zo en wat doet hij/zij?

Marijke: ‘Sinds twee jaar hebben wij een brugfunctionaris die wekelijks drie dagen ouders, kinderen en de school ondersteunt. Deze extra collega hebben wij heel hard nodig. Haar werkzaamheden worden bepaald door het streven om onze kinderen de optimale omstandigheden te bieden om goed te kunnen leren. We weten dat kinderen, als er thuis veel stress is, op school moeilijker tot hun potentie komen. Dat kan betekenen dat we ervoor zorgen dat iedereen voor school heeft ontbeten. Of dat we een bus regelen om naar het Archeon te gaan. Of zoeken naar een fonds voor een nieuwe bril voor een kind. Of we komen op huisbezoek, omdat het ergens niet zo lekker loopt of niet ieder kind een eigen bed heeft. Het veelvuldige contact met ouders brengt onze brugfunctionaris ook weer op nieuwe ideeën. Zo delen we met onze ‘buur-school’ een weggeefkast, waarin we bijvoorbeeld maandverband en deo leggen, omdat we weten dat sommige gezinnen daaraan behoefte hebben. De helft van onze kinderen leeft onder of tegen de armoedegrens.’

Iris: ‘Ik moest het even googlen. Nee, die functie hebben we niet, dat zijn we in principe als stamgroepleider zelf. Daarnaast heeft elke groep een stamgroepouder die de verbinding legt tussen mij en de groep, en tussen mij en andere ouders.’

Stefan: ‘Nee helaas, want zo’n iemand hebben we dringend nodig. We zien de problematiek binnen gezinnen groeien. Onze IB’er loopt nu over van werkzaamheden die de brugfunctionaris heel goed zou kunnen opvangen, vooral als het gaat om contacten met ouders.’

Katholiek karakter

Welke ruimte is er op jouw school voor het katholieke karakter van de RVKO?

Bianca Dolman-Deege, directeur Albert Schweitzer (Rotterdam-Overschie): ‘Het is niet altijd eenvoudig om te begrijpen waarom bepaalde situaties tumult veroorzaken. Vorig jaar kregen we uitzonderlijk weinig aanmeldingen voor de viering van Pasen en we begrepen niet waarom. Gelukkig hebben we in onze school ambassadeurs die we kunnen raadplegen. Het bleek dat sommige islamitische ouders hun kinderen het kruis niet wilden laten dragen. Dat hebben we opgelost door de leerkracht voorop te laten lopen met het kruis, daarachter volgden de kinderen met hun eigengemaakte versiersels.’

Iris: ‘We hebben een bijbelrooster dat ervoor zorgt dat alle belangrijke verhalen door het jaar heen aan bod komen. Ik richt me dan vooral tot de ‘tweede taal’ van een verhaal en maak een koppeling met het nu, met de kinderen. Neem het verhaal over Jezus, die wonderen verricht. Hoe zouden wij mensen weer kunnen laten zien? Daar praten, filosoferen en discussiëren we over.’

Ilse: ‘We zijn een katholieke school en dat betekent dat we sommige christelijke feesten vieren en bijvoorbeeld niet het Suikerfeest. Dat wil niet zeggen dat we daar geen aandacht aan besteden. In de gesprekken over de feesten of naar aanleiding van een Bijbelverhaal zoeken we met de kinderen naar overeenkomsten in de verschillende geloven. We zoeken bij de vieringen altijd naar een vertaling naar het nu. Zo zamelen we in de vastentijd in voor een goed doel. Maar omdat we als school niet veel budget hebben voor extra’s geven we de helft van de inzameling aan ‘onszelf’. Zo wilden de kinderen bijvoorbeeld staand werken, dus hebben we onlangs van de helft van de inzamelingsactie sta-bureaus gekocht.’

En hoe besteedt jouw school aandacht aan andere levensbeschouwingen?

Bianca: ‘Onze eigen katholieke rituelen, verhalen en waarden en normen en ook die van andere religies zijn prominent aanwezig in de lessen, vanuit de methode Hemel en Aarde. Daarnaast werken wij in de bovenbouw met de geloofskisten van verschillende religies. We zoeken altijd naar verbindende waarden die binnen alle geloven spelen. In de groepen 7 en 8 speelde de discussie om te kunnen bidden tijdens de Ramadan.’

Ilse: ‘We hebben de kinderen die ruimte geboden, grappig dat zij kozen voor het ‘kerklokaal’ waar de Bernadette-parochie met de kerkgangers bijeenkwam. Als je vraagt naar de achtergrond van een wens of probleem, dan komen we er altijd uit. Overigens bleek spelen in de pauze na een aantal biddagen toch leuker, maar we bieden ruimte voor dit soort geloofs-identiteitswensen.’

Iris: ‘Binnen de school vieren we de christelijke feesten en we maken daarbij ook koppelingen met andere religies. Wat betekent het licht in het christendom? Hoe komt het terug in Joodse feesten? Wat betekent het Suikerfeest en wat is de Ramadan? Altijd weer met een koppeling naar andere levensbeschouwingen of eigen ervaringen.’

‍